PERSONAGES & ONDERLINGE VERHOUDINGEN

Knierke Vermeer is een, 61 jarige, vissersweduwe die al een man en twee zoons heeft verloren aan de zee. Ze is bang voor de schande die over haar zal komen als bekend wordt dat Barend naar het schip gesleept moest worden door twee veldwachters. Dit gaat zelfs zo ver dat ze haar zoons niet meer durft uit te zwaaien.  Al haar ongeluk schrijft ze toe aan de zee en niet zoals haar zoon Geert aan de reders.


Geert Vermeer is Kniertjes zoon en verloofd met Jo, die bij Kniertje inwoont. Geert is erg opstandig en leest verboden socialistische blaadjes. Als één van zijn meerderen in de marine zijn verloofde beledigt, slaat hij de man en belandt in de gevangenis wegens insubordinatie. Als hij terugkomt uit de gevangenis (hij komt dan pas voor het eerst op het toneel), is hij erg verbitterd door zijn zes maanden in de cel. Ook is hij boos over de behandeling die hij heeft gekregen tijdens zijn proces. Hij monstert aan bij 'de Hoop' en beweert dat hij na een paar dagen op zee weer helemaal de oude zal zijn. Hij vindt op het schip de dood.


Barend Vermeer, de andere zoon van Kniertje, is een bange jongen van negentien jaar. Hij is als de dood voor de visserij en zoekt liever een andere baan. Hij wordt er echter door zijn omgeving voortdurend aan herinnerd dat hij niets anders kan. Hij is immers analfabeet. Uiteindelijk krijgt men hem met veel moeite en geweld op 'de Hoop', waar hij dan ook zijn einde vindt.

Jo, de verloofde van Geert, is een brutaal meisje dat geen blad voor de mond neemt. Zij woont in bij Kniertje en is niet te spreken over Barend. Ze vindt hem maar lui en pest hem veel.


Reder Clemens Bos is eigenaar van acht loggers. Hij heeft zich met moeite omhooggewerkt en wil dat wat hij heeft verworven onder geen enkele voorwaarde opgeven. Hij is getrouwd met Mathilde en heeft één dochter, Clementine

Bos is van mening dat hij erg rechtvaardig is en dat de vissers niets te klagen hebben. Hij vindt de verantwoordelijk die hij draagt voor zijn schepen bijzonder zwaar. Bovendien is hij van mening dat men veel respect moet hebben voor het 'zware' werk. Ook denkt hij dat hij de vissers veel moeite bespaart met de administratie. Dit alles ziet hij als een rechtvaardiging voor zijn grote aandeel en de winst van de vissersschepen.

Simon, is de onheilsboodschapper die aan de drank is. Marieke is de dochter van Simon, ze is zwanger van Mees. Mees is de aanstaande van Marieke, hij zal ook aan boord gaan van de '47. 

Cobus is de broer van Knier, die zijn goede vriend Daan verliest, zijn maatje uit het 'earmhûs', en later tegen het onrecht opkomt voor zijn zus en nichtje (Jo) . Hij was net als Daan ook visser en zit vol verhalen die hij smeuïg kan vertellen. 

Kaps is de boekhouder van Bos die goed is met getallen en ongemakkelijk wordt van het standenverschil. 


Saart is een vissersweduwe uit het dorp, een echte levensgenieter die haar man verloren is op zee en het klappen van de zee dus wel kent. 

Truus is de vissersvrouw die in het verhaal weduwe wordt en met zes kinderen achterblijft. Truus is de eerste die de zin zegt "De fisk wurd djoer betelle". Dit is inmiddels een gevleugelde uitdrukking geworden en kun je op twee manieren interpreteren:

- De vissers hebben voor de vis met hun leven betaald.
- De verzekering moet het schip betalen, terwijl het eigenlijk niet had mogen uitvaren. De verzekering wordt dus opgelicht.

HET VERHAAL 

Het eerste bedrijf speelt zich af in het huis van Kniertje. Clementine maakt een tekening van Cobus. Bos, de vader van Clementine en reder van de vloot komt met een vraag voor Barend, hij mag mee met de '47 (het schip "Hoop van zegen"). 

"Hoop fan segen". Dit is de naam van het schip dat uitvaart en vergaat. De naam verwijst naar het risico dat de matrozen lopen, elke keer dat ze uitvaren.

Barend slaat het aanbod af omdat hij te bang is om te varen, dit tot grote ergernis van Kniertje en Jo. 

Als Bos vertrekt loopt net de `Anna' binnen, de man van Truus - Arie- is niet met de boot mee terug gekomen. 

Geert komt na 6 maanden thuis van het uitzitten van zijn gevangenisstraf. Hij is in de gevangenis een echte socialist geworden en heeft, tot verdriet van Kniertje, geen enkele spijt van zijn misdrijf, namelijk het slaan van een meerdere in dienst.


Het tweede bedrijf speelt zich af op de 61e verjaardag van Kniertje. 's middags om drie uur zal de `Hoop van Zegen' vertrekken, met o.a. Geert, Mees en uiteindelijk ook Barend aan boord. De vissersvrouwen komen Kniertje feliciteren en het wordt een gezellige boel. Enkele uren voordat de boot vertrekt krijgen Geert en reder Bos ruzie, als Geert een socialistisch lied aan het zingen is. Geert spuwt zijn gal over de standenmaatschappij en werkt Bos uiteindelijk de deur uit. Als straf hiervoor mag Kniertje niet meer bij de reder komen schoonmaken. 

Vlak voor vertrek is Barend radeloos, omdat hij van de scheepstimmerman heeft gehoord dat de `Hoop van Zegen' zo rot is als wat. Hij wordt door twee veldwachters van huis gehaald om zijn contractuele verplichtingen na te komen en zal uiteindelijk ook vertrekken. Kniertje blijft achter.


In het derde bedrijf woedt een hevige storm. Kniertje is bezorgd. Clementine en boekhouder Kaps komen haar soep en eieren brengen. 

De vrouwen vertellen elkaar onheilspellende verhalen die ze hebben meegemaakt. Ze hebben allemaal wel een kind of hun man verloren. Ook Truus vertelt over al haar ellende en besluit met de woorden 'De vis wordt duur betaald'.

De storm en verhalen werken op Jo's zenuwen, ze vertelt Kniertje dat ze in verwachting is van Geert. Intussen raast de storm door. 


Het vierde bedrijf speelt zich af in het kantoor van Bos. Regelmatig komen er mensen vragen of er al nieuws is van 'de Hoop'. De waterschout deelt per telegram mee dat de 'Op Hoop van Zegen' vergaan is; er zijn twaalf doden, o.a. Geert en Barend. Het aangespoelde lijk van Barend wordt herkend aan de oorbellen die van zijn vader zijn geweest. 

Clementine, Jo & Simon beschuldigen Bos dat hij van de slechte staat van het schip heeft afgeweten, wat Bos verontwaardigd ontkend. Anders had hij namelijk nooit een verzekering voor de boot kunnen afsluiten. Knierke breekt.

Mathilde Bos troost haar met de mededeling dat ze weer mag komen schoonmaken en dat er in de kranten een oproep voor steun geplaatst zal worden. Met een pannetje eten blijft Knier gebroken en alleen achter.

PLAATS & DECOR

Het verhaal speelt zich af in een willekeurig vissersdorp aan de Noordzee, Heijermans wilde niet dat de gebeurtenissen aan één specifieke gemeente gekoppeld werden. De eerste drie bedrijven hebben als decor het armoedige huisje van Kniertje en de het laatste bedrijf speelt zich af op het kantoor van Bos.

Het decor bestaat uit een landschap met daarop een houten steiger, als ware het een kade, met daarop het huisje van Knier en het kantoor van Bos. Het uitzicht wordt zowel gebruikt als zeegezicht en als akker.


DE AUTEUR

Herman Heijermans (1864-1924) was zevenentwintig jaar en handelaar in huishoudelijke artikelen in Rotterdam, toen hij besloot om het zakenleven vaarwel te zeggen en voortaan als schrijver door het leven te gaan.

Hij begint als toneelcriticus bij `De Telegraaf', maar wordt in 1895 lid van de `sociaal democratische arbeidspartij' en stapt over naar het 'Algemeen Handelsblad' waar hij als journalist aan het werk gaat.

Heijermans schreef veel humoristisch-realistische schetsen, de zogenaamde Falklandjes, maar werd vooral bekend met sociale en realistische toneelstukken, waarin hij pleit voor de sociaal zwakkeren. Hij typeert ze vaak op een humoristische, maar soms ook tragische wijze.

Heijermans laat in dit toneelstuk goed zien hoe moeilijk en hard het leven van de vissers en hun families in die tijd is.